Bestel direct
Home hero arrow

De Chinese yuan en IMF

De Chinese yuan wordt omarmd door het IMF

De Chinese yuan wordt omarmd door het IMF

Het is iets wat er al een tijd zat aan te komen, maar nu is het dan zover. Nadat China bij de vorige beoordeling door het IMF in 2010 nog resoluut werd afgewezen, heeft de Chinese yuan eindelijk de zo vurig gewenste plek in het valutamandje weten te bemachtigen. Sinds 1 oktober 2016 is de Chinese yuan, ook wel bekend als renminbi, daarom mee gaan wegen in het mandje van reservevaluta’s van het IMF.      

Het valutamandje van het IMF

Om even het collectieve geheugen op te frissen, waarom is het valutamandje van het IMF in het leven geroepen? Het IMF hanteert haar eigen kunstmatige munteenheid, de SDR (Special Drawing Right) genaamd. Deze speciale trekkingsrechten worden door het IMF als lening verstrekt aan landen die deze als reserve kunnen aanhouden naast hun eigen valuta. De waarde van deze SDR wordt bepaald door middel van weging van vier munten die momenteel het valutamandje van het IMF vormen: de US dollar (41,9%), de euro (37,4%), de pound sterling (11,3%) en de Japanse yen (9,4%). De wegingsfactoren worden bepaald door het aandeel van het land in het internationale handelsverkeer en de aanwezige buitenlandse valuta reserves.

De yuan verandert de verhoudingen

Door de komst van de yuan de verhoudingen binnen het valutamandje letterlijk. Per 1 oktober 2016 is de US dollar voor 41,73%, de euro voor 30,93%, de Japanse yen voor 8,33% en de pond voor 8,09% mee gaanwegen. Dat betekent dat de yuan met 10,92% direct de op twee na zwaarste munt is geworden  in het valutamandje.

De yuan zet een symbolische stap    

Meer nog dan een administratieve toetreding is dit vooral een prestigieuze en symbolische stap die de yuan zet. Voor China betekent de toetreding van de eigen munt namelijk dat de yuan in het internationale valutaverkeer voor vol wordt aangezien en het de opmars onderstreept van China als wereldmacht. Het IMF zelf voert de aanhoudende hervormingen van het land om de yuan en de economie te stabiliseren aan als belangrijkste reden voor het positieve besluit. Daarmee verwees ze ongetwijfeld naar de strenge eis dat de centrale bank van China de koers van de yuan meer aan de markt moest overlaten, een advies wat de Chinezen overigens nog steeds niet volledig ter harte hebben genomen.

De toetreding van de yuan, terecht of twijfelachtig?

Direct na de aankondiging stonden critici klaar om de beslissing van het IMF in twijfel te trekken. Terecht of onterecht? Als we kort teruggrijpen op de gehanteerde criteria om in aanmerking te komen voor deelname aan het valutamandje:

  •          Het land moet tot de toonaangevende exporteurs van de wereld behoren.
  •          De munt moet vrij gebruikt en verhandeld kunnen worden.

De algemene tendens is dat China aan het eerste criterium ruimschoots voldoet, maar met name vanuit Amerika wordt het tweede criterium met argusogen bekeken als het om de yuan gaat. De kritiek richt zich dan vooral op het feit dat de yuan slechts op de elfde plek staat als afrekenmunt bij internationale handelstransacties. Daarnaast is de yuan voor veel kapitaaltransacties nog niet vrij converteerbaar, waardoor het vrijwel onmogelijk is om valutarisico’s af te dekken. Dat de centrale bank de koers van de yuan nog maar beperkt laat afwijken van de dagelijkse fluctuaties van de dollar is nóg meer koren op de molen van de criticasters (bron: www.fd.nl/economie-politiek). 

Economisch vs. politiek besluit

Analisten die het proces nauwgezet volgen wijzen erop dat het IMF in augustus 2015 China nog op de vingers tikte omdat bepaalde hervormingen nog niet voldoende waren doorgevoerd (bron: Matthew Goodman, Center for Strategic and International Studies). Dat het besluit slechts enkele maanden later positief uitvalt voor China is daarom volgens deze analisten op z’n minst opmerkelijk te noemen. Er wordt dan ook voorzichtig gezegd dat de toetreding van de yuan meer politiek dan economisch gemotiveerd kan worden.

Achterliggende reden hiervan is dat China samen met Rusland en de opkomende economieën in de wereld zoals Brazilië en India, volgens de analisten uit teleurstelling over de handelswijze van het IMF en de Wereldbank, in 2014 de Asian Infrastructure Investment Bank opgezet, door velen als een alternatief van het IMF gezien. Deze teleurstelling is ook weer niet helemaal onterecht, aangezien China al in 2010 binnen het IMF meer dan de 4% stemrecht van dat moment werd toegezegd, iets wat tot op heden structureel door het Amerikaanse Congres is geblokkeerd. In dat licht bezien is de toetreding van de yuan wellicht een poging om de gemoederen op politiek niveau wat te sussen.

Of de yuan en de Chinese economie de komende jaren ook aan de verwachtingen kunnen voldoen en welke rol Peking zal krijgen binnen het IMF moet de toekomst uitwijzen.